| Sylvia Hennequin©
Eens
Eens creëerde ik een geheim,
slechts mijn hart volgend.
Op het kruispunt der stilte
een keuze afdwingend.
Geen keuze, de enige weg,
in dat moment.
Het doorbreken van starheid,
oude structuren afbrokkelend,
het oude loslatend.
Aflatend…, liet ik het afweten?
Er loopt geen pad terug, geen omweg.
Misschien, … in een andere tijd,
met andere waarheden,
een nieuwe wereld orde.
Smeek ik om vergiffenis?
Is dit mijn waarde,
in deze microkosmos…
Ik laat niets en niemand mijn ziel verzwaren,
in naam van de liefde,
ik ben mens en god.
Levend van verschillende verhalen,
ik schep mijn eigen legende.
Een leugen?
… een verandering van visie.
De tijd nadert…
Het stelsel van normen en waarden herzien.
Begrip van totaliteit,
Is mijn genade
261108
Een moment in de werkelijkheid
Verborgen in het beeldscherm
ervaar ik de werkelijkheid.
Chaos, geweld.
Niet van mij.
Herkenning, NY.
Hoe ben ik in deze wereld terecht gekomen,
ik was slechts een observator.
Een plek van rust en veiligheid.
Hetzelfde moment in dezelfde ruimte….
160908
Een moment van waarheid
Een moment voor alle lullen.
Teveel eer…
Ben ik te hard,
ben ik te zacht..
Interesseert mij geen reet idioot.
Zegt me niets.
Niets….
De leegte in uw hoofd is aan u.
Wat een lef
wat een idioterie
mijn rijk te betreden
zonder permissie.
Uw slijk neergedaald op mijn goud.
Smeerlap.
Hou op met al die herrie,
alle ruis.
Rot toch op allemaal
Laat me met rust.
Ik gaf toch geen permissie.
Shit waar was het vuur.
Mijn firewall, een vonk.
Ik vlam en vlam en vlam…
Herrezen.
De huid afgelegd.
Welkom op uw volgende level.
Een prettige vlucht.
160908
Neen!
Terug naar af.
Neen, ik ga er niet mee akkoord!
Het voelt geschonden,
grenzen overschreden.
Wat is een adequate reactie.
In mijn gewone mens zijn
voel ik mij gekwetst.
Terug geworpen in de kinderziel,
ontheemd, besmet.
Neen, het is voorbij!
Ik accepteer het niet.
Ik ben op de goede weg,
The only way is up!
060908
Zetel
Neem plaats in de zetel
van de getormenteerde ziel.
In één ogenblik absurditeit ten top.
Kent u mij goed?
Wat moet ik met dit vormeloze bestaan
na jaren van blindheid.
Chaos.
010908
Gecodeerd
Over uw wilde haren strijk ik
een ritmisch getal.
Al wat ik heb kunnen vinden
was volslagen volhard.
Een numeriek stelsel van buitenaards gemak
van een volleerde held.
In code herrezen
om u te dienen,
mijn liefde, mijn vriend.
300808
Minnend
Gaarne zou ik u beminnen
Op drie manieren zelfs.
Een keer erop
een keer eronder
en een keer voor de helft.
Maar hier sterft de gedachte
in een smetteloos gebed.
Zijn u en ik één,
zout van smaak en lichtgeraakt.
Neem ik deel aan uw spel.
Wat zou het, denk ik,
ik rust nog wat.
300808
Vergiffenis
Wat zijn zonden
voor u
voor mij.
Ik vraag om vergiffenis
voor u
voor mij.
Is schuldgevoel toegestaan
op mijn lange reis.
Rennend op de zaken vooruit,
weg van alle gebreken.
Is de weg van het gevoel zo onwijs,
gaat hij met mij aan de haal.
Ach, het heden is nu hier.
Ik ben een slaaf van mijn hart.
Idealist.
Onbevangen.
De eeuwige dromer.
Mijlenver van het verstand.
280808
Geachte mijnheer De Koning
Een valse getuigenis.
Uw lach is van commerciële waarde,
herkenning van kunstmatigheid
doet u reclameren over straffeloze nepheid.
Wellicht biedt een blik in de spiegel u een beter zicht.
Van harte dank mijnheer De Koning
voor uw pakkende teksten.
Een verbinding met puurheid,
te hoog gegrepen.
270808
Ik
Ik verloochen mijzelf niet,
ik kijk in de spiegel,
ik ben ongeschonden.
Ik reik naar mijzelf, voorbij mijn ego,
wat een gestoordheid.
Een horizontale lijn.
Baleinen, halverwege gekortwiekt,
verpakt op maat.
Ontmoet de kegel en zijn delen.
Ik vraag me af
wat de gestreepte kat zou zeggen
met zijn mooie oren, maar zonder bek.
Geluk is sprakeloos.
Vast.
270808
Eén van de
Vervang de basis,
gevuld met deeg en brij.
Ach, wat baart de hemel een grijze massa,
ons verleidend tot uren in onmin.
Rauw,
te rauw,
zoals u het blieft.
Nee dank u,
ik leef van de lucht.
Vochtig verlangen,
vloeibaarheid in vervulling.
Tergend genot.
Ik leg mijzelf ter ruste.
270808
In het veld
Gadegeslagen door het lot
richt ik mijn middelvinger op
het is niet aan u
het is niet aan hen.
Nimmer uit het veld geslagen
een volgende veldslag geleverd.
Was ik maar daar,
was ik maar.
Ik leg mijn huid af, laag voor laag.
Duikend in het testbeeld
begeef ik me vloekend en zuigend,
omstreden, monsterlijk naakt.
Laat maar,
laat het maar.
260808
Evolutie
Gedwee keek ik richting de stilte
van volledig verzonken geruis.
In mijn schoot schoot de afkeer wortel,
een omheining van ingewanden voerde
mij wederom door een zweem van sinisterheid.
Een bekend verschijnsel van ongekende moed.
Eindeloosheid wordt gehalveerd
aan het begin van mijn reis.
Kon ik je toch omklemmen,
jou tot me nemen,
als het geoxygeneerd elixer van verademing.
Is de queeste cirkelvormig,
gedijt zij in zwart bloed
of zal ik in Goddelijkheid ontwaken
na het dolen in venijn
in uw droesig spiraal.
250808
Geestverwantschap
Hoe groot is mijn vermogen tot
rationeel gewauwel.
U zegt van de fijnste soort.
Zal ik daarom moeten sterven,
scheiding van hart en ratio.
Komt het u gelegen
dat ik mijzelf niet aan sta,
gelooft u niet dat ik u bemin,
mijn gesel voor geluk.
Uw besef van de waarheid
zal nimmer de mijne zijn.
Laten we slechts veronderstellen
dat het oordeel niet bestaat…
Einde gesprek!
240808
Van verlies en moed
Vooralsnog was daar de kater,
gestoken in satijn
doorweekt van fermheid en moed,
als een gedroomde herinnering
van voorbijgaande aard.
Grootsheid is niet eenvoudig
daar eenvoud in getijden verschijnt
opdat zij versterkt wordt door
een miljoen van iets
zegt u maar gewoonweg… niets.
Geboren als de ketter
lineair gewapend in multidimensionaliteit.
Hoe paradoxaal is mijn verwonding
op deze dag van nodeloze spijt.
Ik ben een nucleus temporarius
gevangen in de strijd der schoonheid.
Hoe kon ik ooit vermoeden…
de beperktheid van mijn hart?
240808
O Vader
O Vader, waarom hebt Gij mij mijn grote liefde ontnomen
Gij die in de duisternis verkeert
O Vader, hoe moet ik dit liefdeloos leven lijden
Gij die alle krochten der kilte zelf heeft ervaren
O Vader, is mijn hart voor altijd geschonden gelijk aan Uw ziel
Gij wenst toch ook niet dat U de adem wordt ontnomen in Uw verstikkend
gevang
O Vader, zijn mijn angsten de Uwe, heeft de angel der waanzin zich gevestigd
in mijn heldere brein
Gij gedoemd, geketend, getekend, verdoemd
O Vader, is de genadestrijd gestreden en heeft de dood U reeds benaderd
Gij hebt geleden, gestreden, de gifkelk steeds weer aangevuld
O Vader, zal de hemel zich ooit aan U openbaren en mij mijn onschuld
doen wederkeren, mijn geloof in U
Gij die mij heeft geschapen zonder besef van schoonheid, zonder begrip
van het bestaan
O Vader, kan ik het lot nog doen keren
Geeft U mij Uw Vaderlijk advies.
180607
......
Zo verscheurd,
De verwekker is verwijderd,
Een grote open wond, een gat,
Waaruit het leed wordt gelepeld.
Ik moet de stank leren verdragen.
Sylvia 020706
Ik walg van je, van je ingehouden woede,
De leegte in je bestaan, de trouwe hondenogen
Ik krijg geen hap door m'n keel, wat haat ik jou.
Je bent veel te mooi om waar te zijn
Het interesseert mij niet wat u er van vindt,
Ik ben mijn eigen wereld mijn eigen bestaan.
Ik hoef niet te doen
Ik hoef niets te doen,
Alleen maar te zijn.
|